Een groot of klein Rijnpatent dat is afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing waren tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid verlengd werd, blijft geldig met inachtneming van die voorschriften tot het einde van de geldigheidsduur, uiterlijk echter tot en met 17 januari 2032.
De in het eerste lid genoemde Rijnpatenten kunnen voor het einde van de in dit lid genoemde geldigheidsduur op grond van dit reglement worden ingewisseld. Om een klein Rijnpatent in te kunnen ruilen moet de houder aantonen dat hij na verkrijging van dit kleine Rijnpatent op zijn minst een jaar gevaren heeft. Het dienstboekje kan bij elke bevoegde autoriteit van een lidstaat van de CCR worden ingewisseld. De bevoegde autoriteit geeft een Rijnpatent af op grond van het onderhavige reglement, wanneer de aanvrager zijn oude Rijnpatent zoals bedoeld in het eerste lid en een kopie van zijn identiteitsbewijs heeft voorgelegd. Indien de aanvrager ouder is dan 60 jaar, moet hij bovendien zijn medische geschiktheid aantonen zoals bedoeld in artikel 4.02. Zijn medisch verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden.
De op de Rijn door de CCR als gelijkwaardig erkende vaarbewijzen voor schipper blijven geldig tot aan het einde van de geldigheidsduur, uiterlijk echter tot en met 17 januari 2032. Deze vaarbewijzen kunnen volgens de in het tweede lid genoemde procedure bij een bevoegde autoriteit tegen een Rijnpatent worden ingewisseld.
Deel IV › Hoofdstuk 20
Artikel 20.03
Geldigheid van reeds afgegeven Rijnpatenten
Onderdeel van Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 mei 2023