De zorgaanbieder (niet een grouper) als bedoeld in artikel 2 is verantwoordelijk voor de juiste declaratie van een DBC-zorgproduct en/of overig zorgproduct.
De startdatum van het DBC-zorgproduct bepaalt bij welke zorgverzekeraar wordt gedeclareerd10Indien ten tijde van de openingsdatum van het DBC-zorgproduct de patiënt onverzekerd was of er op dat moment geen aanspraak was, zal het DBC-zorgproduct bij de patiënt worden gedeclareerd..
Een zorgaanbieder mag een DBC-zorgproduct alleen declareren indien de prestatie is vastgelegd volgens de door de NZa vastgestelde registratiebepalingen.
Bij declaratie van een DBC-zorgproduct vermeldt de zorgaanbieder het subtrajectnummer.
Declaraties van parallelle DBC-zorgproducten zijn niet toegestaan indien de onderliggende diagnoses voorkomen in de diagnose-combinatietabel.
De declaratie van een DBC-zorgproduct moet een zegel (hash-code) hebben waaruit blijkt dat deze door een grouper is afgeleid.
De rekening van levende orgaandonoren wordt in rekening gebracht bij de verzekeraar van en op naam van de ontvanger.
De uitvoeringsdatum van het overige zorgproduct bepaalt bij welke zorgverzekeraar wordt gedeclareerd11Indien ten tijde van de uitvoeringsdatum van het overige zorgproduct de patiënt onverzekerd was of er op dat moment geen aanspraak was, zal het overige zorgproduct bij de patiënt worden gedeclareerd..
De add-on (zorgactiviteiten met de indicatie add-on) mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ‘los van het zorgproduct’ worden gedeclareerd.
Bij declaratie van een add-on wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een IC met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd12Dit artikellid is niet van toepassing op add-ons die behoren bij een DBC met openingsdatum in 2011..
De add-on wordt gedeclareerd bij de zorgverzekeraar waar de verzekering liep ten tijde van de uitvoerdatum van de add-on.
Een ondersteunend product (OP) kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van:
Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn, waarbij dit overige zorgproduct niet leidt tot een zorgtraject, of;
Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt, of;
Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg zoals beschreven in de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met Medisch-specialistische zorg’.
Een overig product (OVP) kan alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van:
Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerstelijn, waarbij dit overige zorgproduct niet leidt tot een zorgtraject, of;
Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling, waarvoor de DBC-systematiek niet geldt.
Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening kan door de dienstverlenende instelling geen DBC-zorgproduct of overig zorgproduct worden gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een DBC-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht. Deze bepaling is niet van toepassing op WBMV-zorg. In dat geval mag de uitvoerende instelling wel een DBC-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels.
Overige trajecten worden los per dag gedeclareerd. Deze overige trajecten kunnen naast een DBC-zorgproduct gedeclareerd worden.
Naast de hier vermelde declaratiebepalingen gelden voor overige zorgproducten tevens de bij de desbetreffende prestatieomschrijvingen13Deze zijn te vinden in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg.vermelde specifieke declaratiebepalingen.
Een zorgaanbieder mag een DBC-zorgproduct, waarvoor hij geen overeenkomst14Onder overeenkomst wordt verstaan: een overeenkomst voor de levering van (bepaalde) zorg.heeft met de zorgverzekeraar, vóór de op grond van in artikel 8.1 beschreven sluitingsregels vastgestelde sluitingsdatum declareren indien wordt voldaan aan elk van de onderstaande voorwaarden:
De behandelend specialist heeft vastgesteld dat de feitelijke behandeling in het kader van het betreffende subtraject is beëindigd, en;
Alle registratieregels zijn in acht genomen (met dien verstande dat de sluitingsdatum een toekomstige datum is), en;
Er is geen sprake van uitzonderingen op de afsluitregels, zoals genoemd in artikel 8.2.
Het in het voorgaande lid beschreven recht vervalt met terugwerkende kracht indien de onder a bedoelde behandeling vóór de onder b bedoelde toekomstige sluitingsdatum wordt hervat.
Artikel 4
Declareren
Onderdeel van Regeling prestaties en tarieven medisch specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 8 juli 2011