Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 3

Artikel 5.11

Diervoeders en gemedicineerde diervoeders

Onderdeel van Wet dieren· Ruimtelijke ordening en milieu

In werking sinds 1 juli 2024

1. Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot: diervoeders en gemedicineerde diervoeders ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed, en diervoeders en gemedicineerde diervoeders die de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen inhouden: een verbod op het vervoeren, het bewerken of het verwerken en het in de handel brengen; een verplichting tot tijdelijke opslag; een verplichting tot het terugroepen of het uit de handel nemen; een verplichting tot het vernietigen; een verbod op het in of buiten Nederland brengen; een verplichting tot het terugzenden, voor zover het product afkomstig is uit een ander land; een verplichting om houders, dan wel vermoedelijke houders onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen; een verplichting tot het identificeren en registreren van de diervoeders en gemedicineerde diervoeders; een verplichting tot het ontsmetten, dan wel het toepassen van een andere passende behandeling; een verplichting tot het ophalen van in de handel gebrachte diervoeders en gemedicineerde diervoeders en het opslaan op een bij de maatregel aangewezen plaats; een verplichting om de diervoeders en gemedicineerde diervoeders voor andere doeleinden te gebruiken, en een verbod op het voederen aan, het toepassen bij of het brengen in de nabijheid van dieren.

Rechtspraak bij dit artikel