De artikelen 46c, onderdelen b en c, 46ca, eerste lid, onderdeel d, 46d, tweede lid, 46f, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het college en hun plaatsvervangers.
Hoofdstuk 8 › § 5
Artikel 8.19
Rechtspositie leden college
Onderdeel van Wet dieren· Ruimtelijke ordening en milieu
In werking sinds 1 januari 2019