Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Titel II › Afdeling 1 › § 2

Artikel 26

Samenwerkingsverband

Onderdeel van Wet primair onderwijs BES· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2021

1. Het bevoegd gezag is voor elk van zijn scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband met, voor zover aanwezig in het openbaar lichaam: een of meer scholen, een of meer scholen voor voortgezet onderwijs, een of meer instellingen als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de uitvoeringsinstantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES, en een expertisecentrum onderwijszorg. 2. In afwijking van het eerste lid kan een samenwerkingsverband bestaan uit de betrokkenen, bedoeld in de bedoeld in de onderdelen a, b, c of d die gezamenlijk een expertisecentrum onderwijszorg in stand houden. 3. Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel van zorgvoorzieningen binnen en tussen scholen en in samenwerking met de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, te realiseren en wel zodanig dat zoveel mogelijk leerlingen, deelnemers, vavo-studenten en studenten een ononderbroken onderwijsloopbaan kunnen doormaken. 4. Per openbaar lichaam is er één samenwerkingsverband. 5. Indien een bevoegd gezag wenst deel te nemen aan het samenwerkingsverband, wordt deze deelname door de bevoegde gezagsorganen van het samenwerkingsverband niet geweigerd. 6. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop een geschil tussen de organisaties, bedoeld in het eerste lid, over aangelegenheden die het samenwerkingsverband aangaan, wordt beslecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel