**1.** Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, eerste lid, 14, derde lid, 16, 17, tweede lid, 19, eerste tot en met derde en vijfde lid, 20, eerste en tweede lid, 22, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 29, 30, eerste lid, 32, tweede en vierde lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 37, eerste en derde lid, 38, eerste en tweede lid, 41, 42, tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 46, 49 en 59, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden en artikel 19bis, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden 2025.
**2.** De sluitingsperiode als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden is:
voor Europese aal met een totale lengte van 12 centimeter of meer, van 1 september tot en met 28 februari; en
voor Europese aal met een totale lengte van minder dan 12 centimeter, van 1 januari tot en met 31 december.
**3.** Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 17, eerste lid, 30, tweede lid, 32, eerste en derde lid, 36, eerste lid, 43, vierde lid, 45, 47, onderdelen b tot en met e, 48 en 58 van de verordening vangstmogelijkheden.
**4.** De uitzonderingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten.
Hoofdstuk 2 › § 1
Artikel 13
Overige verboden
Onderdeel van Uitvoeringsregeling zeevisserij· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2026