Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Loon- en inkomstenbelasting

Onderdeel van Belastingstelsel Caribisch Nederland; nadere invulling· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2011

Bij de toepassing van de loon- en inkomstenbelasting wordt een belastingvrije som gehanteerd alsmede, voor belastingplichtigen die daar voor in aanmerking komen, een kindertoeslag en/of een ouderentoeslag. De bedragen van deze belastingvrije som en deze toeslagen zijn vastgelegd in artikel 24 van de Wet inkomstenbelasting BES. Gelet op de relatief hoge inflatie in Caribisch Nederland en de inkomenspositie van ouderen keur ik goed dat voor de toepassing van de loonbelasting in de periode vanaf 1 oktober 2011 tot en met 31 december 2011 mag worden uitgegaan van een hogere belastingvrije som en van hogere toeslagen. In het laatste kwartaal van 2011 mag er voor de toepassing van de loonbelasting van worden uitgegaan dat: de belastingvrije som op jaarbasis USD 10.813 bedraagt (was USD 9.750); de kindertoeslag op jaarbasis voor één kind USD 1.386 (was USD 1.250) bedraagt en voor twee of meer kinderen USD 2.772 (was USD 2.500), en dat de ouderentoeslag op jaarbasis USD 1.222 (was USD 200) bedraagt. Gelet op vorenstaande goedkeuring zullen er voor het laatste kwartaal van 2011 aangepaste loonbelastingtabellen worden uitgebracht. Via het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2012 wordt voorgesteld de bedragen van de belastingvrije som, de kindertoeslag en de ouderentoeslag met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 te verhogen. Hierdoor kunnen ook belastingplichtigen die niet via de loonbelasting maar uitsluitend via de inkomstenbelasting in de heffing worden betrokken, gebruik maken van het uit deze verhoging voortvloeiende voordeel. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in de loonbelasting alleen in het laatste kwartaal van 2011 wordt uitgegaan van de hogere bedragen van de belastingvrije som, de kindertoeslag en de ouderentoeslag. Dit levert gedurende dat kwartaal een voordeel op omdat minder loonbelasting hoeft te worden betaald. In de eerste drie kwartalen is nog uitgegaan van de oude bedragen. Daar wordt niet op teruggekomen. Dit brengt wel met zich dat de met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 te verhogen bedragen in de inkomstenbelasting uit zullen komen op (circa) 9/12e maal het oude bedrag plus 3/12e maal het nieuwe bedrag. In Caribisch Nederland komt het voor dat pensioengerechtigden die niet voldoende dienstjaren hebben gemaakt om een volledig (aanvullend) ouderdomspensioen op te bouwen, wel het volledige ouderdomspensioen ontvangen, maar ter compensatie daarvan tijdens het genieten van het ouderdomspensioen verplicht nog pensioenpremie moeten (blijven) betalen. In feite ontvangen deze pensioengerechtigden door deze verplichte premiebetaling per saldo dus een lagere pensioenuitkering. In de Wet loonbelasting BES bestond voor deze verplichte premiebetaling geen aftrek. Ik keur goed dat deze verplichte premiebetaling met ingang van 1 oktober 2011 in mindering kan worden gebracht op de grondslag waarover de loonheffing plaatsvindt. Voorwaarde voor deze aftrek is wel dat deze verplichte premiebetaling door degene die het ouderdomspensioen uitkeert direct wordt verrekend met ouderdomspensioen waar de pensioengerechtigde recht op heeft. In artikel 9a van de Wet loonbelasting BES is de zogenoemde gebruikelijk loonregeling opgenomen, op grond waarvan bij directeuren grootaandeelhouders een loon in aanmerking wordt genomen van in beginsel USD 20.000 op jaarbasis. Afhankelijk van de individuele omstandigheden kan dit gebruikelijke loon op een lager of op een hoger bedrag worden vastgesteld. Ik keur goed dat het hiervoor genoemde bedrag van USD 20.000 wordt verlaagd naar USD 14.000. Ik teken daarbij wel aan dat de systematiek van de gebruikelijk loonregeling intact blijft zodat afhankelijk van de individuele omstandigheden het gebruikelijke loon nog steeds lager of hoger zal kunnen worden vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel