**1.** Onze Minister kan aan een toestemming als bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, van verordening 2019/125, aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, van deze wet, en aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 13, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, en de artikelen 4, derde lid en vierde lid, 5, eerste lid, 6, eerste lid, 8 en 10, eerste lid, voorschriften en voorwaarden verbinden.
**2.** Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld over:
de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd;
de aard van de vergunning;
de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning verbonden kunnen worden.
**3.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
**4.** De vergunning kan ook worden geweigerd, dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
**5.** Een vergunning als bedoeld in de artikelen 8 en 10, eerste lid, wordt in ieder geval geweigerd voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
**6.** Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een toestemming, ontheffing en vergunning, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 1 › § 6
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Wet strategische diensten· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 december 2024