Als bij de benoeming van de gezaghebber is afgeweken van de opvattingen van de vertrouwenscommissie informeert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger de vertrouwenscommissie over de motieven die aanleiding waren voor deze afwijking van het advies. De vertrouwenscommissie dient over de gegeven motivering geheimhouding te bewaren.
De minister stelt de niet ter benoeming voorgedragen kandidaten op de aanbeveling schriftelijk op de hoogte van het feit dat zij niet voor benoeming zijn voorgedragen.
Indien daar bij één van beide partijen behoefte aan bestaat is het mogelijk dat na afloop van de bovenbeschreven procedure een evaluerend gesprek tussen de vertrouwenscommissie en de Rijksvertegenwoordiger plaatsvindt.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel XII
Het motiveren van de afwijking van de opvatting van de vertrouwenscommissie
Onderdeel van Circulaire procedureregels voor de benoeming van een gezaghebber· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2011