**1.** Vergunningen tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling of geldtransactiekantoor, verleend op grond van artikel 2 van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES, berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, met dien verstande dat vergunningen tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling die zijn verleend aan een kredietaanbieder, niet zijnde een kredietinstelling, na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:3, eerste lid, onderdeel c, berusten.
**2.** Vergunningen tot uitoefening van het verzekeringsbedrijf, verleend op grond van artikel 9 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES, berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:1, eerste lid, onderdeel b.
**3.** Vergunningen voor het werkzaam zijn als trustkantoor, verleend op grond van artikel 4 van de Wet toezicht trustwezen BES, berusten, met uitzondering van bij die vergunningen behorende bijlagen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van die wet, na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°.
**4.** Vergunningen voor het houden van een effectenbeurs, verleend op grond van artikel 2 van de Wet toezicht effectenbeurzen BES, berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:3, eerste lid, onderdeel d.
**5.** Vergunningen aan beleggingsinstellingen, verleend op grond van artikel 3 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES, berusten na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 2:3, tweede lid.