**1.** Een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een kredietinstelling of verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet in behandeling genomen zolang de betrokken onderneming in het bezit is van een op grond van deze wet verleende vergunning tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling, onderscheidenlijk verzekeraar.
**2.** Indien de vergunning van een kredietinstelling of verzekeraar is ingetrokken, wordt op het verzoek of de vordering tot faillietverklaring niet beslist dan nadat het Gerecht de Nederlandsche Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelen daaromtrent kenbaar te maken.
**3.** De wettelijke bepalingen inzake surseance van betaling zijn niet van toepassing op kredietinstellingen en verzekeraars.
Hoofdstuk 8 › § 3
Artikel 8:8
(geen faillietverklaring dan na intrekking vergunning)
Onderdeel van Wet financiële markten BES· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012