**1.** Banken of beleggingsondernemingen die per 31 december 2010 niet voldoen aan de limieten bedoeld in artikel 69, achtste en negende lid, van de Besluit prudentiële regels Wft stellen strategieën en procedures vast om voor de in het derde lid genoemde data aan deze limieten te voldoen.
**2.** Deze limieten vormen een onderdeel van de evaluatie als bedoeld in artikel 3:18a van de wet.
**3.** Instrumenten die per 31 december 2010 als gelijkwaardig zijn aangemerkt aan de vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a, b en d, van de Besluit prudentiële regels Wft maar niet onder artikel 91, tweede lid, onderdeel a, van de Besluit prudentiële regels Wft vallen of niet voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 91a, van de Besluit prudentiële regels Wft worden geacht tot en met 31 december 2040 onder artikel 91, tweede lid, onderdeel h, van de Besluit prudentiële regels Wft te vallen, onverminderd de volgende beperkingen:
**a.** tot een maximum van twintig procent van de som van de bestanddelen van artikel 91, tweede lid, onderdelen a, b, c bis en d, van de Besluit prudentiële regels Wft verminderd met de som van de bestanddelen van artikel 91, derde lid, onderdelen c, van de Besluit prudentiële regels Wft tussen 10 en 20 jaar na 31 december 2010;
**b.** tot tien procent van de som van de bestanddelen van artikel 91, onderdelen a, b, c bis en d, van de Besluit prudentiële regels Wft verminderd met de som van de bestanddelen van artikel 91, derde lid, onderdelen c, van de Besluit prudentiële regels Wft tussen 20 en 30 jaar na 31 december 2010.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht (implementatie richtlijn 2009/111/EG) (Stb. 2011/669) in werking treedt.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Besluit tot implementatie van richtlijn 2009/111/EG· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 30 december 2011