Naar hoofdinhoud
Indien een persoon die het dagelijks beleid van een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht bepaalt voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet deskundig is in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming wordt die persoon vanaf dat tijdstip geacht te beschikken over de daartoe ingevolge de Wet op het financieel toezicht vereiste geschiktheid, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling of herbeoordeling van die geschiktheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel