Voor deelname aan het examen of de proeve van bekwaamheid dan wel een gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 23a van de Rijksoctrooiwet 1995, is verschuldigd:
€ 575,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995, voor het onderdeel Octrooirecht;
€ 575,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995, voor het onderdeel Overige intellectuele eigendomsrechten, mededingingsrecht en Europees recht;
€ 655,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995, voor het onderdeel Praktische vaardigheden A Opstellen van een octrooiaanvrage;
€ 655,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995, voor het onderdeel Praktische vaardigheden B Verdedigen van een octrooiaanvrage;
€ 845,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995, voor het onderdeel Praktische vaardigheden C Schrijven van een advies;
€ 575,00 voor toetsing aan het vereiste van artikel 27d, eerste lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Regeling vaststelling bedragen ex artikel 27c, tweede lid, Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024