Van de gelegenheid van deze wetswijziging is gebruik gemaakt om ook een technische aanpassing door te voeren in de Gemeentewet en in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging heeft dus geen verband met de Appa.
Op grond van artikel 44, vierde lid, van de Gemeentewet moeten wethouders vergoedingen voor nevenfuncties die zij uit hoofde van hun ambt ontvangen in de gemeentekas storten. Artikel 44, vijfde lid, van de Gemeentewet zoals dat luidde voor de wijziging op grond van de Wet van 4 maart 2010 (Stb. 110), regelde dat de raad in bijzondere gevallen ontheffing kon verlenen van de storting in de gemeentekas van door wethouders ontvangen vergoedingen voor qualitate-qua-functies. Artikel 21, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalde dat wanneer de gemeenteraad een wethouder heeft ontheven van zijn stortingsplicht, het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling ook voor diens vergoeding als bestuurslid van de gemeenschappelijke regeling een uitzondering kan maken. Deze bepaling heeft, door het vervallen van het oude artikel 44, vijfde lid, geen functie meer. Daarom is per 19 november 2011 artikel 21, tweede lid, vervallen.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5
Geen ontheffingsmogelijkheid meer van stortingsplicht wethouder ingeval van gemeenschappelijke regelingen
Onderdeel van Circulaire wijzigingen Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) 2011 (burgemeester, enz.)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 19 november 2011