Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Wet aanpassing Appa en enkele andere wetten 2011

Onderdeel van Circulaire wijzigingen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) 2011 (Waterschap, enz.)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 november 2011

De aanpassingen in de Appa die worden besproken in deze paragraaf, hebben als achtergrond de Appa-pensioenen zoveel mogelijk in lijn te brengen met het ABP-reglement. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Voor de Appa is iemand een deelnemer als hij of zij een politiek ambt vervult waarmee Appa-aanspraken worden opgebouwd of recht heeft op een Appa-uitkering. Dit betekent dat iemand ook deelnemer is als de uitkering op nihil is gesteld wegens verrekening van neveninkomsten. Het nabestaandenpensioen voor de gevallen waarin de deelnemer vóór de pensioengerechtigde leeftijd overlijdt, is voor zover de pensioengeldige tijd die is gelegen ná 31 juli 2003 risicogedekt. Dat wil zeggen dat uitsluitend een deelnemer aan de Appa-pensioenregeling een dekking heeft voor het nabestaandpensioen. Is hij of zij geen deelnemer in de periode waarin hij of zij nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, dan bestaat er uit hoofde van de Appa geen recht op nabestaandenpensioen. Vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is er weer wel een dekking voor het nabestaandenpensioen. Wanneer Appa-uitkeringen van verschillende overheden parallel lopen, kan de einddatum daarvan verschillen en dus ook het recht op nabestaandenpensioen op grond van die verschillende Appa-uitkeringen. Waardeoverdracht van pensioenaanspraken kan in dit soort gevallen zinvol zijn voor het veiligstellen van Appa-aanspraken op nabestaandenpensioen die zijn opgebouwd bij andere overheden en waarvan de risicodekking aan het einde van de uitkeringsduur is geëindigd. Zoals gezegd, heeft genoemde risicodekking echter ook tot gevolg dat de dekking volledig vervalt op het moment dat het deelnemerschap aan de pensioenregeling wordt beëindigd. De nabestaanden van een gewezen deelnemer die overlijdt vóór zijn of haar pensioengerechtigde leeftijd, hebben dus géén recht op nabestaandenpensioen, voor zover de pensioengeldige tijd is gelegen ná 31 juli 2003. Voor politieke ambtsdragers doet zich dit voor als het recht op Appa-uitkering eindigt voor de pensioengerechtigde leeftijd. Deze wetswijziging maakt het mogelijk dat betrokkene bij beëindiging van de deelneming een deel van zijn of haar ouderdomspensioen omzet in nabestaandenpensioen. Op deze wijze kan de dekking voor het nabestaandenpensioen ook na beëindiging van het deelnemerschap in stand blijven. Voor de politieke ambtsdragers bij de waterschappen is dit in artikel 138b van de Appa geregeld. Het gaat dan om de aanspraken op ouderdomspensioen op grond van de Appa die betrokkene vanaf 1 augustus 2003 heeft opgebouwd. Zoals eerder uiteengezet was het nabestaandenpensioen voor deze datum nog niet risicogedekt. Om de omzetting te realiseren wordt een leeftijdsafhankelijke ruilvoet gehanteerd tussen het eigen pensioen en het nabestaandenpensioen op het moment van de waardeoverdracht. Bij ministeriële regeling zal deze ruilvoet worden vastgesteld. Daarbij zal worden aangesloten bij de ruilvoet die in bijlage L van het pensioenreglement van het ABP is opgenomen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. In het ABP-reglement is de mogelijkheid voor de uitruil opgenomen sinds 1 januari 2008. Als overgangsrecht is daarom in artikel 163c van de Appa bepaald dat gewezen politieke ambtsdragers bij waterschapen, bij wie het recht op Appa-uitkering in de periode van 1 januari 2008 tot 19 november 2011 is geëindigd, alsnog om de uitruil van eigen pensioen in nabestaandenpensioen kunnen verzoeken. Het dagelijks bestuur van het waterschap dat de uitkering verstrekt of laat verstrekken, heeft de plicht de gewezen ambtsdrager te informeren over deze mogelijkheid in de periode 19 november 2011 tot 19 maart 2012. Het gewezen lid van het dagelijks bestuur kan tot 19 november 2012 verzoeken tot omzetting van het een deel van het eigen ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Als algemene regelt geldt dat de afgetreden politieke ambtsdrager binnen vier maanden vóór het einde van de uitkeringsduur moet worden geïnformeerd over deze keuzemogelijkheid. Gedurende deze periode van vier maanden is betrokkene nog deelnemer en is er uit dien hoofde nog dekking. Op waterschapsniveau ligt deze informatieplicht bij het dagelijks bestuur van het waterschap. In de praktijk zal de uitvoeringsorganisatie hier voor zorgen. De gewezen politieke ambtsdrager moet zijn keuze voor uitruil binnen zes weken na ontvangst van deze mededeling kenbaar maken. Gedurende die zes weken heeft betrokkene een premievrije aanspraak op nabestaandenpensioen. Hiermee is bedoeld dat gedurende deze zes weken een tijdelijke risicodekking voor het nabestaandenpensioen ontstaat. Dit is overigens alleen aan de orde als het waterschap minder dan zes weken vóór het einde van de uitkeringsduur of zelfs pas na het einde van de uitkeringsperiode/het einde deelnemerschap betrokkene informeert. Informeert het waterschap betrokkene pas ná het einde van de Appa-uitkering dan bestaat de risicodekking voor betrokkene dus voor de tussenliggende (verstreken) periode tussen de datum van het einde uitkeringsrecht en de datum van de mededeling. Vervolgens wordt de dekking gecontinueerd tot uiterlijk zes weken na de datum van de mededeling. Dat geldt ook voor de beperkte categorie betrokkenen waarvan het uitkeringsrecht is geëindigd in de periode gelegen tussen de inwerkingstredingsdatum (19 november 2011) en de verschijningsdatum van de circulaire. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De omzetting van het ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen geschiedt op basis van een leeftijdsafhankelijke ruilvoet. Wanneer het opgebouwde ouderdomspensioen deels al is omgezet naar nabestaandenpensioen en vervolgens waardeoverdracht plaatsvindt, wordt de omzetting weer ongedaan gemaakt tegen de op dat moment van toepassing zijnde leeftijdsafhankelijke ruilvoet. Kort gezegd komt het er op neer dat de uitruil weer ongedaan wordt gemaakt indien die wordt gevolgd door een waardeoverdracht. Bij het terugruilen wordt rekening gehouden met de ruilvoet die behoort bij de leeftijd waarop de waardeoverdracht plaatsvindt. Dit is bepaald in het vijfde lid van artikel 138b. Als een gewezen politieke ambtsdrager eerst heeft gekozen voor de uitruil en later weer politiek ambtsdrager wordt in hetzelfde ambt in dezelfde gemeente, zou op grond van de nieuwe ambtsvervulling opnieuw een dekking voor het nabestaandenpensioen ontstaan. Zonder nadere regeling zou er dan sprake kunnen zijn van een dubbele dekking van het nabestaandenpensioen. In het zesde lid van artikel 138b wordt daarom geregeld dat de door uitruil verkregen aanspraken op nabestaandenpensioen weer worden omgezet in aanspraken op eigen ouderdomspensioen. Bij het terugruilen wordt rekening gehouden met de ruilvoet die behoort bij de leeftijd waarop weer het politiek ambt wordt bekleed. Tot slot is in het zevende lid bepaald dat het terugruilen van de aanspraken op nabestaandenpensioen in aanspraken op eigen pensioen zoals bedoeld in het vijfde en zesde lid niet wordt gedaan als het partnerschap is geëindigd na de uitruil maar voor de waardeoverdracht (vijfde lid) of het hernieuwde vervullen van het politiek ambt (zesde lid). In die gevallen zijn er aanspraken op een bijzonder nabestaandenpensioen ontstaan op grond van artikel 142 van de Appa. Deze aanspraken mogen niet worden uitgeruild. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Bij Besluit van 19 november 2008 (Stb. 507) is in het Waterschapsbesluit onder meer met ingang van 8 januari 2009 de systematiek van de wijze van bezoldiging van leden van het dagelijks bestuur van de waterschappen gewijzigd. Door deze wijzigingen werd de grondslag van het pensioen van leden van het dagelijks bestuur lager, als gevolg waarvan het pensioen ook lager uit komt. Het is echter niet de bedoeling geweest al opgebouwde pensioenaanspraken aan te tasten. Daarom is nu in artikel 163d van de Appa geregeld dat voor deze dagelijks bestuursleden die na laatste verkiezing zijn herbenoemd, tot de datum van die herbenoeming (8 januari 2009) de pensioenaanspraak wordt gebaseerd op de voltijdsbezoldiging waarvan de bezoldiging van het lid van het dagelijks bestuur tot 8 januari 2009 was afgeleid. Waterschappen dienen in voorkomende gevallen de pensioenaanspraken te laten herberekenen door Loyalis. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. In artikel 145, vijfde lid, van de Appa was ten aanzien van nabestaanden van politieke ambtsdragers van de waterschappen bepaald dat het nabestaandenpensioen wordt verminderd als de nabestaande meer dan tien jaar jonger is dan de overleden politieke ambtsdrager en het huwelijk dan wel de aanmelding op de dag van overlijden nog geen vijf jaar heeft geduurd. Bij uitspraak van 8 november 2005 (rolnr. C0400843/MA) heeft Hof ’s-Hertogenbosch echter geoordeeld dat een vergelijkbare regeling in het Pensioenreglement ABP een niet geobjectiveerd onderscheid naar geslacht bevat. In het Pensioenreglement ABP is deze bepaling daarom inmiddels geschrapt. Omdat de Appa als uitgangspunt heeft het ABP zo veel mogelijk te volgen, is artikel 145, vijfde lid, met ingang van 19 november 2011 vervallen. Vanaf deze datum kan deze korting dus niet meer worden toegepast. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Vroeger werd het pensioen opgeschort van dagelijks bestuursleden van een waterschap aan wie het Appa-pensioen was toegekend ten laste van het waterschap, indien deze na hun 65e jaar weer dagelijks bestuurslid werden in hetzelfde waterschap. Door het amendement-Van Beek is de zinsnede ‘118, derde lid’ in artikel 158 geschrapt. Hierdoor is deze categorie dagelijks bestuursleden in dezelfde rechtspositionele positie gebracht als wethouders, gedeputeerden en dagelijks bestuursleden, die na het bereiken van de 65-jarige leeftijd met een al ingegaan Appa-pensioen, bij een ander waterschap, in een provincie dan wel in een gemeente tot lid van het dagelijks bestuur, gedeputeerde dan wel wethouder worden benoemd, of een ander ambt aanvaarden met aanspraak op een Appa-pensioen. Dit betekent dat deze dagelijks bestuursleden nu ook hun pensioen blijven ontvangen. Tevens wordt voor deze leden van het dagelijks bestuur van een waterschap die onder de pensioenbepalingen van de Appa vallen, geregeld dat de opbouw van pensioen, en daarmee de premiebetaling, stopt. Deze beide maatregelen zijn opgenomen in artikel 138a, eerste lid, van de Appa en vergelijkbaar met die in het ABP-reglement. Een andere overeenkomst met het ABP-reglement is dat het pensioen van een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap wordt uitgesteld als hij of zij bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar nog lid van het dagelijks bestuur is. In dat geval gaat het Appa-pensioen pas in na het aftreden als dagelijks bestuurslid. Zie artikel 138, tweede lid, van de Appa. Er is dus verschil tussen een lid van het dagelijks bestuur met een al ingegaan pensioen dat na het ingaan van zijn Appa-pensioen weer een Appa-ambt bij hetzelfde waterschap gaat bekleden (geen opschorting en dus wel ontvangst pensioen) en een lid van het dagelijks bestuur dat bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar nog het ambt van dagelijks bestuurslid blijft vervullen (uitstel pensioendatum). Hieronder wordt ingegaan op verschillende zaken die kunnen spelen voor een gewezen/gepensioneerd lid van het dagelijks bestuur dat na het ingaan van zijn of haar Appa-pensioen weer een Appa-ambt gaat bekleden. Zo kan de keuze voor een nieuw Appa-ambt voor een dergelijk lid van het dagelijks bestuur consequenties hebben op pensioenterrein. Een ander punt is dat er geen specifiek overgangrecht is, zodat ook wordt ingegaan op de betekenis van de invoeringsdatum 19 november 2011. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Besproken wordt wat het amendement-Van Beek betekent in drie onderscheiden situaties. Leden van het dagelijks bestuur die bij een al ingegaan Appa-pensioen na hun 65e jaar opnieuw dat ambt gaan bekleden in hetzelfde waterschap ontvangen hun Appa-pensioen, maar bouwen op basis van de nieuwe functie geen Appa-pensioen meer op. Zij betalen ook geen pensioenpremie meer. Leden van het dagelijks bestuur die bij een al ingegaan Appa- pensioen na hun 65e jaar opnieuw dat ambt gaan bekleden in een ander waterschap of het ambt van wethouder of gedeputeerde gaan vervullen, ontvangen hun Appa-pensioen, maar bouwen op basis van de nieuwe functie ook Appa-pensioen op. Zij betalen daarvoor pensioenpremie uit hoofde van het nieuwe ambt. Leden van het dagelijks bestuur die bij een al ingegaan Appa- pensioen na hun 65e jaar het ambt gaan bekleden van lid van de Tweede Kamer, voorzitter van de Eerste Kamer1 Leden van de Eerste Kamer vallen niet onder de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. Als een gepensioneerd lid van het dagelijks bestuur lid wordt van de Eerste Kamer heeft dit geen gevolgen voor lopende Appa-pensioenaanspraken. , (substituut=) Ombudsman of van minister of staatssecretaris ontvangen hun Appa-pensioen. Zij bouwen in dat nieuwe ambt echter wel weer pensioen op. Zij betalen dan pensioenpremie uit hoofde van het nieuwe ambt. De wetswijziging betreft namelijk alleen de afdeling die het pensioen regelt van gedeputeerden, wethouders en leden van het dagelijks bestuur van een waterschap. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Leden van het dagelijks bestuur die bij een al ingegaan Appa- pensioen na hun 65e jaar opnieuw dat ambt gaan bekleden in hetzelfde waterschap behouden hun pensioen, maar bouwen geen pensioen meer op. Er zijn geen overgangsbepalingen in de wet opgenomen. Dat wil zeggen dat dit geldt met ingang van 19 november 2011. Dit betekent voor de betrokkene wiens pensioen was opgeschort vóór 19 november 2011 en die na die datum nog steeds lid van het dagelijks bestuur is, dat de opschorting van rechtswege is beëindigd met ingang van 19 november 2011. Vanaf 19 november 2011 ontvangt het lid van het dagelijks bestuur weer zijn of haar eerder opgeschorte pensioen waarbij het pensioen wordt aangepast met de opbouw tot 19 november 2011. Vervolgens bouwt betrokkene vanaf 19 november 2011 geen Appa-pensioen meer op. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel