**1.** De vergunning voor een inrichting vervalt:
indien de inrichting niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is voltooid en in werking gebracht;
indien de inrichting een stortplaats is en deze krachtens artikel 5.35 voor gesloten in verklaard.
**2.** Indien kan worden verwacht dat de inrichting niet binnen de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde termijn kan worden voltooid en in werking gebracht, kan in de vergunning een andere termijn worden vastgesteld, die daarvoor in de plaats treedt.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 5.24
Artikel 5.24
Onderdeel van Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2015