Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.26

Artikel 5.26

Onderdeel van Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 april 2015

1. Een voor een inrichting verleende vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft. Degene die de inrichting drijft, draagt er zorg voor dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. 2. Indien een vergunning zal gaan gelden voor een ander dan de vergunninghouder, meldt de vergunninghouder dat ten minste een maand voordien aan het bevoegd gezag, onder vermelding van de bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gegevens. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van gevallen worden aangegeven, waarin de vergunning slechts geldt voor degene aan wie zij is verleend. Daarbij kan tevens worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen: de vergunning nog gedurende een daarbij aangegeven termijn blijft gelden voor rechtsopvolgers van degene aan wie zij is verleend; de vergunning ook geldt voor een rechtspersoon, aan wie zij is overgedragen door een andere rechtspersoon, indien daarvoor door het bevoegd gezag toestemming is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel