**1.** De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie van ten minste 8,5 jaar oud:
waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
**2.** Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel a, van het besluit.
**3.** Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
het eerste lid, onderdeel a worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
het eerste lid, onderdeel b worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
het eerste lid, onderdeel c worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.
**4.** Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
§ 5 › § 5.12
Artikel 126
Artikel 126
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 13 maart 2012