**1.** Het effluent dat wordt geloosd uit een zuiveringsinstallatie als bedoeld in artikel 77, derde lid, van het besluit, waarin het bedrijfsafvalwater is behandeld:
mag geen zichtbare verontreiniging in de vorm van drijvende vaste deeltjes of verkleuring van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam veroorzaken, en;
voldoet aan de normen uit hoofdstuk 4.1 van resolutie MEPC.159(55).
controle hierop vindt plaats op basis van een willekeurig genomen steekmonster, waarbij wordt getoetst op de volgende eisen:
BZV5: 40 mg/l;
CZV: 180 mg/l;
pH: 6–8,5;
vrij chloor: 0,5 mg/l.
**2.** Een zuiveringsinstallatie is voldoende gedimensioneerd, is aantoonbaar in een goede staat van onderhoud en wordt op kundige wijze beheerd.
**3.** Het uit een zuiveringsinstallatie afkomstige zuiveringsslib mag niet in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht.
Paragraaf 7
Artikel 22a
Artikel 22a
Onderdeel van Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2020