Tijdens het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 dient de aanvrager in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:
de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;
op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;
te rijden op rechte weggedeelten;
bochten te rijden;
van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;
andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;
juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;
door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;
een overweg te naderen en veilig over te steken;
te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals erven, in- en uitritten, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;
een kruispunt te naderen en over te steken;
rechts of links af te slaan op kruispunten;
via de invoegstrook de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en via de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (uitvoegen);
een rotonde te berijden;
te rijden in tunnels.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A tot en met L van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994, enz. (implementatie derde rijbewijsrichtlijn) in werking treedt.
§ 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 januari 2013