De aanvrager van het praktijkexamen Verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 3 en 4 genoemde examenonderdelen blijk te geven:
het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;
de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
het voertuig behoorlijk te beheersen;
onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;
van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A tot en met L van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994, enz. (implementatie derde rijbewijsrichtlijn) in werking treedt.
§ 1
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën A1, A2 en A· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 januari 2013