**7.1.** De volgende opbrengstenstromen worden opgenomen in de kostencategorie ‘opbrengsten’ uit artikel 8.5.
Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie
Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs
Opleidingsfonds
Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd
Onderlinge dienstverlening (medisch/productie)
Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc)
Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat
Doorbelaste diensten aan (vrijgevestigde) medische specialisten
Overige subsidies
Opbrengsten uit beschikbaarheidbijdrage (waaronder vergoeding academische zorg)
Incidentele baten/lasten.
De opbrengstenstromen dienen zoveel mogelijk te worden toegerekend op basis van causale relaties. Voor zover deze opbrengstenstromen niet zijn toe te rekenen op basis van causale relaties worden zij naar rato van directe en indirecte kosten (na aftrek van patiëntgebonden materiele kosten) toegerekend aan alle zorgproducten.
**7.2.** De instelling rekent alle kosten op het niveau van kostencategorieën uit artikel 8.5 toe aan kostendragers.
**7.3.** Bij de toerekening van kosten aan kostendragers zorgt de instelling voor een aansluiting van de totale kosten op de jaarrekening.
**7.4.** De kostprijzen van zorgproducten komen tot stand door de kostprijs per kostendrager te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal keren dat deze per zorgproduct voorkomt.
**7.5.** Voor de kostendragers hanteert de instelling een afgebakend jaar x. Voor de toerekening aan de declarabele DBC-zorgproducten geopend in jaar x-1 en gesloten in jaar x geldt dat de kostprijs van de kostendrager in jaar x-1 gelijk is aan die in jaar x.
Artikel 7
Verwerking kostprijsgegevens
Onderdeel van Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2012