**1.** De toezichtautoriteit beoordeelt de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
**2.** De toezichtautoriteit neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de in bijlage 1 genoemde antecedenten in aanmerking, alsmede:
het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
de belangen die de wet beoogt te beschermen;
de overige belangen van de financiële onderneming en de betrokkene.
Hoofdstuk 3 › § 1
Artikel 3:1
(betrouwbaarheidstoets)
Onderdeel van Besluit financiële markten BES· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 24 juli 2026