**1.** De solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, is voldoende, indien het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen, bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, ten minste gelijk is aan de minimumomvang van het toetsingsvermogen berekend overeenkomstig de artikelen 4:8 tot en met 4:18.
**2.** De solvabiliteit van een kredietvereniging is voldoende, indien het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen, bedoeld in artikel 4:4, tweede lid, ten minste gelijk is aan vijf procent van de totale activa, met uitzondering van de liquide middelen en de vaste activa, van de kredietvereniging.
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid is de solvabiliteit van een kredietinstelling ten minste gelijk aan het in artikel 4:2, eerste lid, voorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 4:3
(solvabiliteit)
Onderdeel van Besluit financiële markten BES· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012