**1.** Het kernkapitaal wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in het tweede lid, verminderd met de waarde van de posten bedoeld in het derde lid.
**2.** De voor de bepaling van het kernkapitaal in aanmerking te nemen vermogensbestanddelen zijn:
het geplaatste en volgestorte aandelenkapitaal;
agioreserve;
overige reserves;
ingehouden winst;
minderheidsbelangen;
voorzieningen ter dekking van algemene risico’s;
andere door de Nederlandsche Bank toegestane vermogensbestanddelen.
**3.** De voor de bepaling van het kernkapitaal in aanmerking te nemen posten zijn:
immateriële activa;
goodwill;
niet erkende latente belastingvorderingen;
vijftig procent van de waarde van de volgende deelnemingen:
significante minderheidsdeelnemingen in kredietinstellingen en andere financiële ondernemingen, niet zijnde verzekeraars;
wederzijdse deelnemingen in andere kredietinstellingen die een geflatteerd beeld beogen te geven van de vermogenspositie;
deelnemingen in verzekeraars;
deelnemingen in overige ondernemingen.
**4.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van de in het tweede en derde lid genoemde vermogensbestanddelen en posten.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 4:5
(kernkapitaal)
Onderdeel van Besluit financiële markten BES· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012