**1.** Een beleggingsinstelling, bemiddelaar in effecten, elektronischgeldinstelling, kredietinstelling, vermogensbeheerder of verzekeraar dient een jaarrekening en jaarverslag in bij de vergunningverlenende toezichtautoriteit.
**2.** De termijn, bedoeld in artikel 3:35, eerste lid, van de wet bedraagt:
voor beleggingsinstellingen: vier maanden na afloop van het boekjaar;
voor de overige in het eerste lid genoemde financiële ondernemingen: zes maanden na afloop van het boekjaar.
**3.** De jaarrekening en jaarverslag voldoen wat betreft inhoud en vorm aan de eisen aan een jaarrekening ingevolge artikel 120, derde en vijfde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES.
**4.** Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid dient tezamen met de jaarrekening en het jaarverslag ook de volgende gegevens bij de vergunningverlenende toezichtautoriteit in:
de gegevens bedoeld in artikel 120, tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES;
een afschrift van het rapport van de deskundige, bedoeld in het vijfde lid;
de directiebrieven.
**5.** De jaarrekening van een financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, wordt goedgekeurd door een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES. Indien de financiële onderneming niet voldoet aan de in artikel 119, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES omschreven criteria, kan de jaarrekening worden goedgekeurd door een andere dan de in de eerste volzin bedoelde deskundige.
**6.** De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met vierde lid.
Hoofdstuk 5 › § 1
Artikel 5:2
(jaarrekening en jaarverslag ten behoeve van de toezichtautoriteit)
Onderdeel van Besluit financiële markten BES· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012