**1.** Bij het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:
Aard vuurwerk
Minimumafstand (in meters)
a. Vuurpijlen (schietrichting schuin van het publiek af)
125
b. Vuurpijlen (schietrichting overig)
200
c. Tekstborden
15
d. Grondvuurwerk
30
e. Romeinse kaarsen met kaliber tot en met 2 inch
75
f. Mines tot en met een kaliber van 4 inch
60
g. Mines met een kaliber vanaf 4 inch tot en met 6 inch
100
h. Dagbommen kleiner dan 21 cm diameter
75
**2.** Bij het tot ontbranding brengen van Romeinse kaarsen met een kaliber groter dan 2 inch, van cakeboxen en van vuurwerkbommen, worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:
Kaliber
Minimumafstand
Inch
Mm
in meters
< 3
< 76,2
120
> 3
> 76,2
165
> 4
> 101,6
200
> 5
> 127
230
> 6
> 152,4
265
> 8
> 203,2
325
> 10
> 254
390
> 12
> 304,8
455
> 18
> 457,2
645
> 24
> 609,6
845
**3.** Het kaliber van een vuurwerkbom, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van de volgende tabel.
Uitwendige diameter tussen:
Kaliber (inch)
63,6 en 76,2 mm
3
88,6 en 101,6 mm
4
114 en 127 mm
5
139,4 en 152,4 mm
6
190,2 en 203,2 mm
8
241 en 254 mm
10
291,8 en 304,8 mm
12
444,2 en 457,2 mm
18
596,6 en 609,6 mm
24
**4.** Een vuurwerkbom met een uitwendige diameter die kleiner is dan 63,6 millimeter wordt aangemerkt als een bom met een kaliber kleiner dan 3 inch.
**5.** Vuurwerkbommen die op basis van de uitwendige diameter niet kunnen worden ingedeeld in één van de kalibermaten, bedoeld in het derde lid, worden niet toegepast.
Hoofdstuk 3 › § 3.1
Artikel 3.3
Artikel 3.3
Onderdeel van Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024