Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 3.3

Artikel 3.3

Onderdeel van Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Bij het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen: Aard vuurwerk Minimumafstand (in meters) a. Vuurpijlen (schietrichting schuin van het publiek af) 125 b. Vuurpijlen (schietrichting overig) 200 c. Tekstborden 15 d. Grondvuurwerk 30 e. Romeinse kaarsen met kaliber tot en met 2 inch 75 f. Mines tot en met een kaliber van 4 inch 60 g. Mines met een kaliber vanaf 4 inch tot en met 6 inch 100 h. Dagbommen kleiner dan 21 cm diameter 75 2. Bij het tot ontbranding brengen van Romeinse kaarsen met een kaliber groter dan 2 inch, van cakeboxen en van vuurwerkbommen, worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen: Kaliber Minimumafstand Inch Mm in meters < 3 < 76,2 120 > 3 > 76,2 165 > 4 > 101,6 200 > 5 > 127 230 > 6 > 152,4 265 > 8 > 203,2 325 > 10 > 254 390 > 12 > 304,8 455 > 18 > 457,2 645 > 24 > 609,6 845 3. Het kaliber van een vuurwerkbom, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van de volgende tabel. Uitwendige diameter tussen: Kaliber (inch) 63,6 en 76,2 mm 3 88,6 en 101,6 mm 4 114 en 127 mm 5 139,4 en 152,4 mm 6 190,2 en 203,2 mm 8 241 en 254 mm 10 291,8 en 304,8 mm 12 444,2 en 457,2 mm 18 596,6 en 609,6 mm 24 4. Een vuurwerkbom met een uitwendige diameter die kleiner is dan 63,6 millimeter wordt aangemerkt als een bom met een kaliber kleiner dan 3 inch. 5. Vuurwerkbommen die op basis van de uitwendige diameter niet kunnen worden ingedeeld in één van de kalibermaten, bedoeld in het derde lid, worden niet toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel