**1.** Onverminderd de artikelen 1.2, 2.1, 3.2, onderdeel h, 4.1, 4.11 en 4.13 van het Mandaatbesluit BZK 2009 wordt aan de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties mandaat verleend ten aanzien van:
het leiden van het overleg met de Sectorale Overlegcommissie BES als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit overlegstelsel BES;
de bevoegdheden van het bevoegd gezag;
aangelegenheden die op het terrein van de Rijksdienst Caribisch Nederland zijn gelegen, voor zover deze aangelegenheden naar aard en inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij door de Minister dienen te worden afgedaan.
**2.** Van het mandaat zijn uitgezonderd de bevoegdheden van het bevoegd gezag voor zover die betrekking hebben op de ambtenaren die zijn of worden geplaatst bij het politiekorps of het brandweerkorps.
**3.** Ten aanzien van de ondertekening van besluiten en stukken op grond van het mandaat van de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties is het Mandaatbesluit BZK 2009 van overeenkomstige toepassing.
**4.** De directeur-generaal is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat van de in het eerste lid, bedoelde bevoegdheden, onderscheidenlijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
**5.** Indien onder toepassing van het vierde lid, voor gevallen als bedoeld in het eerste lid, ondermandaat wordt verleend aan de Directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland is deze bevoegd, met uitzondering van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onder a, tot het verlenen van ondermandaat aan de onder hem ressorterende functionarissen alsmede aan hoofden van departementale diensten in Caribisch Nederland, indien dit in de afgesloten dienstverleningsovereenkomst is overeengekomen.
Paragraaf 3
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Organisatie- en mandaatbesluit BZK-BES 2012· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 4 juli 2012