De vergoedingen genoemd in hoofdstuk 4 worden toegekend als aanvulling op de aanspraak die de belanghebbende kan maken op grond van de circulaire van 21 februari 1978, nr. 6942/PZ van het voormalig land de Nederlandse Antillen met betrekking tot de uit- en terugzendingsvoorwaarden geldig voor uitgezonden en gedetacheerde ambtenaren, dan wel het overzicht van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba van 14 juni 1989, behorende bij de circulaire van het Bestuurscollege van Aruba van 17 september 1975, no. PZ/5047.
Daarbij wordt geacht dat het totaal van de vergoedingen van de landen en de vergoedingen volgens hoofdstuk 4 de in hoofdstuk 4 genoemde maximumbedragen niet overschrijden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 4.8
Artikel 4.8
Onderdeel van Voorzieningenstelsel Buitenlandtoeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juli 2012