**1.** Het mandaat van de directeur-generaal Politie op grond van artikel 4 strekt zich in ieder geval uit tot:
besluitvorming tot het aanstellen, het bevorderen, het schorsen, het opleggen van disciplinaire maatregelen en het ontslaan van ambtenaren die zijn of worden geplaatst het brandweerkorps;
besluitvorming tot bezoldiging en het toekennen van vergoedingen en toelagen van ambtenaren die zijn of worden geplaatst bij het brandweerkorps;
de beëdiging van ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps;
het voeren van functioneringsgesprekken en de daarop gebaseerde beoordelingen van de ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps;
het toekennen en intrekken van enigerlei vorm van vakantie en verlof aan ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps;
het vertegenwoordigen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties namens de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het brandweerkorps;
het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met derden ten behoeve van het brandweerkorps.
**2.** De directeur-generaal Politie wordt toegestaan ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 4 ondermandaat te verlenen aan de algemeen commandant van het brandweerkorps, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onder g.
Paragraaf 2
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Regeling doormandatering korpsbeheer politie en brandweer BES 2012· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2012