Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Regeling doormandatering korpsbeheer politie en brandweer BES 2012· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juli 2012

1. Het mandaat van de directeur-generaal Politie op grond van artikel 4 strekt zich in ieder geval uit tot: besluitvorming tot het aanstellen, het bevorderen, het schorsen, het opleggen van disciplinaire maatregelen en het ontslaan van ambtenaren die zijn of worden geplaatst het brandweerkorps; besluitvorming tot bezoldiging en het toekennen van vergoedingen en toelagen van ambtenaren die zijn of worden geplaatst bij het brandweerkorps; de beëdiging van ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps; het voeren van functioneringsgesprekken en de daarop gebaseerde beoordelingen van de ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps; het toekennen en intrekken van enigerlei vorm van vakantie en verlof aan ambtenaren die zijn geplaatst bij het brandweerkorps; het vertegenwoordigen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties namens de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid van het brandweerkorps; het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met derden ten behoeve van het brandweerkorps. 2. De directeur-generaal Politie wordt toegestaan ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in artikel 4 ondermandaat te verlenen aan de algemeen commandant van het brandweerkorps, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid onder g.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel