**1.** Onze Minister stelt de regels, bedoeld in artikel 68, eerste lid, vast ten aanzien van klachten over gedragingen van:
de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;
personen die ten behoeve van de Politieacademie politieonderwijs ontwikkelen en verzorgen, kennis ontwikkelen, onderzoek verrichten of onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten;
personen die werkzaamheden verrichten binnen de staf van de Politieacademie.
**2.** Artikel 68, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij ministeriële regeling worden de functies of de categorieën van personen als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, aangewezen.