**1.** Er is een politieonderwijsraad.
**2.** De politieonderwijsraad bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste vijftien leden, onder wie de onafhankelijke voorzitter. De leden wijzen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
**3.** In de politieonderwijsraad hebben, naast de voorzitter, in ieder geval als lid zitting:
een burgemeester;
een lid van de leiding van de politie en twee politiechefs;
een lid van het openbaar ministerie;
twee vertegenwoordigers vanuit de politievakorganisaties;
een vertegenwoordiger van het beroepsonderwijs;
een vertegenwoordiger van het hoger onderwijs;
de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;
een onafhankelijk lid dat deskundig is op het terrein van het toegepast wetenschappelijk onderzoek.
**4.** De leden van de politieonderwijsraad worden bij koninklijk besluit benoemd, herbenoemd, geschorst en ontslagen.
**5.** De leden van de politieonderwijsraad worden benoemd voor een periode van zes jaren. Zij kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd.
**6.** Onze Minister kan adviserende leden of waarnemers benoemen.
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de organisatie en de werkwijze van de politieonderwijsraad.