Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Tuchtreglement COKZ 2012· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012

1. Het tuchtgerecht kan aan een betrokkene die een voorschrift heeft overtreden een of meer van de in artikel 13, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet opgenomen maatregelen opleggen, te weten: berisping; deze bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met de begane overtreding; geldboete van ten minste € 3,– en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren; openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene. 2. In gevallen waarin het tuchtgerecht besluit tot de in het eerste lid onder c. of d. genoemde maatregelen, stelt het tevens het geschatte bedrag van de daaraan verbonden kosten vast, welk bedrag door de betrokkene moet worden voldaan. Wordt openbaarmaking van de tuchtbeschikking gelast, dan bepaalt het tuchtgerecht tevens de wijze waarop deze dient te geschieden. De kosten van openbaarmaking worden in de uitspraak op een bepaald bedrag geschat. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel