Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.1

Artikel 2

(geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers en commissarissen)

Onderdeel van Beleidsregel AFM en DNB toepassing en uitvoering Wfm BES en Wwft BES 2012· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 28 augustus 2012

1. Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de uitoefening van het bedrijf van bemiddelaar in schadeverzekeringen of levensverzekeringen, gevolmachtigd agent of ondergevolmachtigd agent, bedoeld in artikel 3:4 van het Bfm BES. 2. Bij toetsingen van de geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers of van personen die deel uitmaken van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de financiële onderneming, als bedoeld in artikel 3:5, artikel 3:30, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of artikel 10:5, tweede lid, van de Wfm BES, passen AFM en DNB de Beleidsregel geschiktheid 2012(Stcrt. 2012, 13546) overeenkomstig toe. 3. Bij toetsingen van de deskundigheid van personen die het beleid van een pensioenfonds bepalen of mede bepalen, als bedoeld in artikel 5a, derde lid, van de Pensioenwet BES (Stb. 2010, 597), past DNB de Beleidsregel geschiktheid 2012(Stcrt. 2012, 13546) overeenkomstig toe. 4. Bij de overeenkomstige toepassing van de Beleidsregel geschiktheid 2012 (Stcrt. 2012, 13546) houden AFM en DNB rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van de betrokken financiële onderneming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel