**1.** De plaatsvervangende leden van het college ontvangen zittingsgeld overeenkomstig de bepalingen voor rechters-plaatsvervangers als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel c van het Besluit rechtspositie rechterlijk ambtenaren.
In afwijking van artikel 6a, tweede lid van voormeld besluit, geldt de in onderdeel a van dit artikel bedoelde vergoeding per zitting, ook indien meerdere zittingen op één dag zijn gepland.
Indien het plaatsvervangend lid optreedt als voorzitter van de raadkamer, ontvangt dit lid 150% van het in onderdeel a van dit artikel bedoelde zittingsgeld.
Bij complexe zaken ontvangen leden van de raadkamer 150% en de voorzitter 200% van het onder a bedoelde zittingsgeld.
Voor het in overleg bijwonen van vergaderingen geldt een vergoeding per vergadering die gelijk is aan 3% van het maximum van salarisschaal 15 zoals overeengekomen in de Collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt een schriftelijk advies met een zitting gelijkgesteld.
**3.** In afwijking van het eerste lid, ontvangen de plaatsvervangende leden van het college die zijn benoemd om tijdelijk een volledige of gedeeltelijke taak te vervullen, over de periode waartoe zij zijn benoemd, een schadeloosstelling met overeenkomstige toepassing van het derde, onderscheidenlijk vierde lid van artikel 2.
**4.** De plaatsvervangende leden van het college genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen die terzake gelden voor rijksambtenaren. Artikel 3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling bezoldiging College voor de rechten van de mens· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2026