**1.** De bewapening van de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
een korte wapenstok;
pepperspray;
het pistool.
**2.** Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.
**3.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
handboeien;
een koppel;
een veiligheidsvest;
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**4.** Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
een tactisch vest;
een kogelwerende helm;
een gasmasker;
een schild.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit bewapening en uitrusting politie· Openbare orde en veiligheidsrecht