Naar hoofdinhoud

Artikel XI

Artikel XI

Onderdeel van Besluit aanpassing rechtspositionele bepalingen herziening gerechtelijke kaart· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. Voor de toepasselijkheid van artikel 16, eerste lid, vierde volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt onder salarishoogte behorende bij de functie van voorzitter of ander rechterlijk lid, indien het personen betreft die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 1, vijfde of zesde lid, van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak, zoals dat op dat moment luidde, een salaris ontvingen van € 8 685,54 per maand, vermenigvuldigd met de voor hen geldende arbeidsduurfactor, verstaan: een salarishoogte van € 8 685,54 per maand, vermenigvuldigd met de voor hen geldende arbeidsduurfactor. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie een toelage ontvingen gelijk aan het verschil tussen het salaris dat betrokkene overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet en een bedrag van € 8 685,54 per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel