Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 8

Rapportage overmacht drie-uursregeling en vaste gezichtencriterium

Onderdeel van Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 2020

1. Een toezichthouder die in het kader van een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet oordeelt dat: de artikelen 7, vierde lid, of 16, vierde lid, in samenhang met de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, respectievelijk 12, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, voor zover die bepalingen betrekking hebben op de tijden waarop minder beroepskrachten kunnen worden ingezet; of artikel 9, vierde of vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang; als gevolg van overmacht niet zijn nageleefd, rapporteert de gedraging niet als overtreding, 2. Een toezichthouder beschrijft in het inspectierapport de relevante feiten en omstandigheden van het geval en hoe de toezichthouder is gekomen tot het oordeel dat sprake is van overmacht. 3. Het eerste lid geldt onverminderd artikel 5:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel