Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bezoldiging en ambtstoelage van een voorzitter van een waterschap.

Onderdeel van Circulaire wijziging vergoeding van lid van algemeen bestuur per 1 januari 2013· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

Zowel de bezoldiging als de ambtstoelage van de voorzitter van een waterschap zijn gerelateerd aan het maximum van schaal 18. Dit is bepaald in artikel 3.24 resp. 3.26 van het Waterschapsbesluit. Het bij die schaal behorende bedrag wijzigt als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijzigt. Zoals onder 2 is aangegeven, is er nog geen uitkomst bekend van het overleg over een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk. De op dit moment geldende arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het rijkspersoneel geldt dus nog. Als een volgende overeenkomst wordt vastgesteld, informeer ik u over de gevolgen daarvan voor de bezoldiging en ambtstoelage van de voorzitter van een waterschap. Voor uw informatie meld ik u dat de bezoldiging voor een voorzitter van een waterschap per 1 april 2009 is vastgesteld op maximaal € 8.541,18 per maand (maximum schaal 18). Als uw waterschap wel kiest voor de werkkostenregeling dan geldt wat betreft de ambtstoelage van een voorzitter van een waterschap het volgende. De ambtstoelage bedraagt op grond van artikel 3.26 juncto 3.26a, aanhef en onder b., van het Waterschapsbesluit per 1 april 2009 maximaal € 256,24 (maximaal 3% van het maximum van schaal 18). Voor uw informatie meld ik u ook het bedrag van de ambtstoelage als uw waterschap nog niet kiest voor de werkkostenregeling. De ambtstoelage bedraagt voor een voorzitter op grond van artikel 3.26 en met toepassing van artikel 7.6a, onder b, van het Waterschapsbesluit per 1 april 2009 maximaal € 533,82 (maximaal 6,25% van het maximum van schaal 18).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel