Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Ambtstoelage en overige ambtskosten commissaris van de Koningin

Onderdeel van Circulaire bezoldiging cdK’s, (onkosten)vergoeding leden gedeputeerde staten, leden provinciale staten en commissieleden per 1 januari 2013· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

Kiest uw provincie wel voor de werkkostenregeling dan geldt het volgende. De in artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning genoemde ambtstoelage bedraagt per 1 januari 2013 € 635,29 en de vergoeding van overige ambtskosten mede gezien artikel 9a, aanhef en onder a, € 485,73. Dit zijn vaste bedragen waarop geen indexering wordt toegepast. Voor uw informatie meld ik u ook de bedragen van de ambtstoelage en de overige ambtskosten als uw provincie (nog) niet kiest voor de werkkostenregeling. De bedragen genoemd in artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning luiden dan met ingang van 1 januari 2013 als volgt: ambtstoelage € 635,29 en de vergoeding van overige ambtskosten met toepassing van de formule genoemd in artikel 24, onder b, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, € 1.011,94. Dit zijn vaste bedragen waarop geen indexering wordt toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel