Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Onkostenvergoeding wethouders

Onderdeel van Circulaire bezoldiging en ambtstoelage burgemeesters, wedde en (onkosten)vergoeding wethouders, (onkosten)vergoeding raads- en commissieleden per 1 januari 2013· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

In artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders is bepaald dat de onkostenvergoeding voor wethouders per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. De consumentenprijsindex voor 2012 is bepaald op 112,70. Voor 2011 was dit indexcijfer 110,17. Een verhoging van 2,3%. Dit betekent dat de bedragen van de onkostenvergoedingen van de wethouders per 1 januari 2013 worden verhoogd met 2,3%. Als uw gemeente wel kiest voor de werkkostenregeling dan luiden de bedragen genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders met ingang van 1 januari 2013 als volgt, mede gezien artikel 28a, aanhef en onderdeel c, van het Rechtspositiebesluit wethouders: Aantal inwoners gemeente Maximale onkostenvergoeding per maand Tot en met 8.000 € 135,72 8.001–14.000 € 223,02 14.001–18.000 € 288,51 18.001– € 314,83 Voor uw informatie meld ik u ook de bedragen van de onkostenvergoeding als uw gemeente nog niet kiest voor de werkkostenregeling. De bedragen genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, luiden met toepassing van de formule genoemd in artikel 29b, onder b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, met ingang van 1 januari 2013 als volgt: Aantal inwoners gemeente - Maximale onkostenvergoeding per maand Tot en met 8.000 € 282,75 8.001–14.000 € 464,63 14.001–18.000 € 601,06 18.001– € 655,90

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel