Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2 › § 2.8

Artikel 2.48

Bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën

Onderdeel van Regeling dierlijke producten· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015

1. Het onderzoek van een leverantie boerderijmelk op de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën door de ontvanger van boerderijmelk geschiedt overeenkomstig een methode die berust op het doseren van 0,1 ml van de te onderzoeken melk in een testbuis met paraffine en het toevoegen van een medium met gesteriliseerde melk, glucose en melkzuur met een pH van ten minste 5,42 en ten hoogste 5,48. Vervolgens wordt nagegaan of na bebroeding gedurende ten minste 92 en ten hoogste 100 uur zonder luchttoetreding gasvorming is opgetreden in de testbuis. 2. Gasvorming in de testbuis wordt aangeduid met een +, indien geen sprake is van gasvorming wordt dit aangeduid met een –.

Rechtspraak bij dit artikel