De minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van het zbo. Daarbij baseert hij zich onder meer op:
de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen;
de regelmatig door het zbo gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken;
de kernprestatie-indicatoren zoals bedoeld in artikel 15.
§ 5
Artikel 16
Oordeelsvorming
Onderdeel van Beleidsregels sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013