De in deze tariefbeschikking weergegeven tarieven zijn maximumtarieven4 Met uitzondering van de prestatiebeschrijving ‘onderlinge dienstverlening’, waarvoor een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, Wmg, geldt. als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Wmg.
Hetgeen in artikel 5.8 van de beleidsregel ‘Invoering DBC-bekostiging voor gebudgetteerde zorgaanbieders in de curatieve GGZ’ is vastgelegd over de mogelijkheid voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars om met ingang van 1 januari 2013 binnen een bandbreedte van 10% prijsafspraken te maken boven het geldende maximumtarief en de daaraan gekoppelde voorwaarden, is van overeenkomstige toepassing op (de tarieven voor) DBC’s, met uitzondering op de normatieve huisvestingscomponent.
In dit verband wordt ook wel gesproken van een max-max tarief. Vanzelfsprekend kunnen ook prijsafspraken worden gemaakt onder het maximumtarief met een ondergrens van € 0,-. Aldus is sprake van zogenaamde asymmetrische bandbreedtetarieven. Gebruikmaking van het zogenaamde max-max tarief is uitsluitend mogelijk, indien daarover overeenstemming bestaat tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder die tot uitdrukking komt in een overeenkomst tussen beiden.
Voor zorg die in het kader van de prestatiebeschrijving ‘onderlinge dienstverlening’ wordt verleend, geldt een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg.
Voor de zeven deelprestaties voor verblijf in de curatieve GGZ geldt dat het bijbehorende tarief een component voor zorg en een component voor de NHC bevat. Voor de zorgcomponent geldt dat dit een maximumtarief is als hierboven genoemd, inclusief de zogenaamde bandbreedteoptie en de daaraan gekoppelde voorwaarden. De NHC-component is voor gebudgetteerde GGZ-zorgaanbieders niet onderhandelbaar en betreft dus een vast bedrag. Voor niet-gebudgetteerde GGZ-zorgaanbieders is de NHC-component een maximumtarief. In de tariefbeschikking worden beide componenten weergegeven. Het uiteindelijk in rekening te brengen, integrale tarief bestaat derhalve uit de som van de zorgcomponent en de NHC-component. Ten aanzien van de normatieve huisvestingscomponent (NHC), zie verder de beleidsregel ‘Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) curatieve GGZ’ met kenmerk BR/CU-5065.
In aanvulling op de hiervoor genoemde zeven NHC’s geldt voor de PMU een specifieke NHC. Declaratie van deze bijzondere NHC is uitsluitend mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. In de bijlage is de NHC van de PMU vergeleken met de 7 daarvoor genoemde “reguliere” NHC’s. Het verschil kan als toeslag op de 7 reguliere NHC’s worden afgesproken, met dien verstande dat de toeslag wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde van de afgesproken productie regulier en PMU per prestatie voor verblijf. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de toeslag wordt het verschil (NHC PMU minus NHC regulier) vermenigvuldigd met een breuk waarbij de teller wordt gevormd door de PMU productie en de noemer wordt gevormd door de totale productie.
In aanvulling op de hiervoor genoemde zeven NHC’s gelden voor verblijf in een beveiligde setting twee specifieke NHC’s voor het beveiligingsniveau 2 en het beveiligingsniveau 3. De beveiligingsniveaus komen overeen met de forensische zorg. Declaratie van deze bijzondere NHC’s is slechts mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en een zorgverzekeraar. In de bijlage is de NHC van de beveiligde setting vergeleken met de 7 hiervoor genoemde “reguliere” NHC’s. Het verschil kan als toeslag op de 7 reguliere NHC’s worden afgesproken, met dien verstande dat de toeslag wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde van de afgesproken productie regulier en beveiligde setting per prestatie voor verblijf. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de toeslag wordt het verschil (NHC beveiligingsniveau 2 en 3 minus NHC regulier) vermenigvuldigd met de respectievelijke productie beveiligd 2 en 3 en de som van deze twee bedragen gedeeld door de totale productie van de betreffende prestatie voor verblijf.
De tarieven worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd. Voor wat betreft de loonkosten wordt de index vastgesteld door het Ministerie van VWS. Deze index houdt verband met de CAO-afspraken. Voor wat betreft de materiële kosten wordt aangesloten bij het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB).
Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t-1. De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85% loonkosten en 15% materiële kosten.
Voor DBC’s die vanaf 1 januari 2013 worden geopend, kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen verrekenpercentage meer met elkaar overeenkomen of in rekening brengen. Verrekenpercentages die betrekking hebben op DBC’s die vóór 1 januari 2013 zijn geopend, blijven ook na 1 januari 2013 doorlopen.
Artikel 1
Aanvullende voorschriften
Onderdeel van Tariefbeschikking tweedelijns curatieve GGZ· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013