Een opsporingsambtenaar die zich bevindt aan boord van een vaartuig dat de visserij-inspectievlag voert, doet in wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b en c, van de Visserijwet 1963, de vordering tot stilhouden, omschreven in artikel 23, vierde lid, van de Wet op de economische delicten, op de navolgende wijze:
van een half uur vóór zonsopgang tot een half uur na zonsondergang: door het hijsen van de stop-vlag al dan niet gepaard gaand met een licht- of geluidsein bestaande uit het morseteken L: .-..;
van een half uur na zonsondergang tot een half uur vóór zonsopgang: door het geven van een licht- of geluidsein bestaande uit het morseteken L: .-..
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit stoptekens NVWA op de openbare weg en te water 2013· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013