Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vaststelling uren gelijkgesteld aan arbeidsuren bij ziekte of arbeidsongeschiktheid

Onderdeel van Gelijkstellingsregeling arbeidsuren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

1. Indien de periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de periode waarover een uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, is ontvangen, gelet op het arbeidspatroon van de werknemer, aansluit op een periode waarin de werknemer arbeidsuren had, is het aantal uren dat op grond van artikel 1, onderdeel f respectievelijk h, gelijkgesteld wordt, gelijk aan: het aantal arbeidsuren dat de werknemer zou hebben gehad indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt zou zijn geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, en hij een vast aantal arbeidsuren had; of het gemiddeld aantal arbeidsuren dat de werknemer zou hebben gehad indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt zou zijn geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het artikel 1, onderdeel h, en hij geen aantal vaste arbeidsuren had. 2. Het gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend over de periode, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, met dien verstande dat buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen uren, waarop hij ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de situatie op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, niet werkzaam was. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel X, onderdelen Aa, Ab en I, van de Verzamelwet SZW 2016 in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel