Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Regeling klachtbehandeling politie· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023

1. Er is een nationale klachtencommissie, die de Minister en de korpschef gevraagd en ongevraagd adviseert bij hun in artikel 70, derde en zesde lid, van de wet genoemde taken. 2. De nationale klachtencommissie bestaat uit de voorzitters, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin. 3. De nationale klachtencommissie wijst uit haar midden een vaste voorzitter en een plaatsvervanger aan, die de onafhankelijkheid van de nationale klachtencommissie bewaken. 4. Een advies dient door drie leden tot stand te komen. In nader te bepalen gevallen, te bepalen in het huishoudelijk reglement zoals bedoeld in artikel 5, zesde lid, kan hiervan worden afgeweken. 5. De Minister wijst een ambtelijk secretaris aan wanneer de nationale klachtencommissie in functie komt. De ambtelijk secretaris neemt niet deel aan de besluitvorming van de commissie en is niet betrokken bij de behandeling of coördinatie van klachten over gedragingen van ambtenaren van politie. 6. De zittingen van de nationale klachtencommissie zijn niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel I, van de Wet van 18 mei 2022 tot wijziging van de Politiewet 2012 in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel