Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vereisten

Onderdeel van Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. Een subsidie kan slechts worden verleend, indien naar het oordeel van het bestuur: de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar verwachting in aanzienlijke mate zullen bijdragen aan één van de doelstellingen zoals genoemd in artikel 3; voldoende is aangetoond dat sprake is van een begrotingstekort of behoefte aan subsidie; de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van het indienen van de aanvraag nog niet zijn voltooid tenzij in een deelregeling anders is bepaald; voldoende vertrouwen bestaat dat de in de aanvraag omschreven activiteiten naar behoren zullen worden uitgevoerd; de aanvrager subsidieverplichtingen uit eerdere subsidieverleningen door (de rechtsvoorgangers van) het Letterenfonds heeft nageleefd; de aanvrager zich niet schuldig heeft gemaakt aan strafbaar gestelde handelingen of uitlatingen die gericht waren tegen ten behoeve van het Letterenfonds werkzame personen en die plaatsvonden in het kader een eerdere subsidieaanvraag in de vijf jaar voorafgaand aan de te beoordelen aanvraag. 2. Een subsidie kan slechts aan een aanvragende rechtspersoon worden verleend, indien: de rechtspersoon naar het oordeel van het bestuur niet in overwegende mate is gericht op verkrijging van subsidie ten behoeve van één of enkele natuurlijke personen; de rechtspersoon de subsidie daadwerkelijk gebruikt voor het te subsidiëren project en niet voor enige andere activiteit of last van de organisatie; de mogelijkheid van het behalen van eigen (project)inkomsten in de aanvraag is betrokken; de in Nederland gevestigde rechtspersoon, voor zover niet op winst gericht, werkt overeenkomstig de Code Cultural Governance. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel