Naar hoofdinhoud
1. Een handeling met een toestel waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd bij of krachtens artikel 34 van de Kernenergiewet, juncto artikel 8, eerste lid, onder b, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot 1 maart 2002 wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit. 2. Een handeling met een toestel waarvoor voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd krachtens artikel 23, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming en waarvoor na inwerkingtreding van dit besluit op basis van artikel 23, derde lid, onderdeel d, van dat besluit niet langer een vergunning noodzakelijk is, wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit. 3. Een handeling met een radioactieve stof waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is verleend of aangevraagd bij of krachtens artikel 29 van de Kernenergiewet, juncto artikel 6, eerste lid, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet zoals dat besluit luidde tot 1 maart 2002, of artikel 25, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt geacht te zijn gemeld overeenkomstig artikel 21 van het Besluit stralingsbescherming zoals dit luidt na inwerkingtreding van dit besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel